ECLI:NL:RVS:2001:AD5056
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.A.E. van der Does
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken huwelijk op beslismoment
Appellant verzocht om naturalisatie, maar dit verzoek werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie omdat niet werd voldaan aan de vereiste dat de verzoeker ten minste drie jaren gehuwd moest zijn met een Nederlander op het moment van de beslissing. De rechtbank had de afwijzing vernietigd wegens een gebrek aan motivering en oordeelde dat de huwelijksrelatie op het moment van het verzoek volstond.
De Raad van State oordeelde echter dat artikel 8, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap zodanig moet worden uitgelegd dat de huwelijksrelatie op het moment van de beslissing op het verzoek nog in stand moet zijn. De rechtbank had ten onrechte aangenomen dat alleen het moment van het verzoek relevant was.
Gelet op deze uitleg was de afwijzing van het naturalisatieverzoek terecht en werd het hoger beroep van de Staatssecretaris gegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep bij de rechtbank werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om naturalisatie werd terecht afgewezen omdat de huwelijksrelatie met een Nederlander op het moment van de beslissing niet meer bestond.