ECLI:NL:RVS:2001:AD5914
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Anticipatie op globaal bestemmingsplan met bouwverbod onrechtmatig zonder vastgesteld uitwerkingsplan
Burgemeester en wethouders van Houten verleenden een vergunning en vrijstelling op grond van artikel 19 WRO Pro voor het veranderen van gevels van een schuur om lichte horeca mogelijk te maken. Deze vergunning liep vooruit op het globaal bestemmingsplan dat het perceel bestemde tot woongebied, waarbij bouwen slechts was toegestaan in overeenstemming met een vastgesteld uitwerkingsplan.
De appellant stelde dat het bouwplan niet in overeenstemming was met het globale plan omdat er geen vastgesteld uitwerkingsplan was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat burgemeester en wethouders ten onrechte hadden aangenomen dat vooruitlopen op het bouwverbod mogelijk was zonder vastgesteld uitwerkingsplan.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van burgemeester en wethouders. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, en de vergunning en vrijstelling werden vernietigd omdat het bouwplan niet kon worden geacht in overeenstemming te zijn met het globale bestemmingsplan zonder vastgesteld uitwerkingsplan.
Daarnaast werden burgemeester en wethouders veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de vergunning en vrijstelling worden vernietigd wegens het ontbreken van een vastgesteld uitwerkingsplan.