ECLI:NL:RVS:2001:AD5932
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- F.P. Zwart
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing naturalisatieverzoek wegens tijdelijk verblijf
A heeft een verzoek tot naturalisatie ingediend dat door de Staatssecretaris van Justitie is afgewezen op grond dat A slechts een tijdelijke verblijfsvergunning heeft. De rechtbank te 's-Gravenhage had dit besluit vernietigd, maar de Raad van State stelt dat de vergunning van A geen uitzicht biedt op verblijf voor onbepaalde tijd.
De vergunning van A, verleend in 1993 en verlengd tot 2000, is specifiek voor het verrichten van arbeid als godsdienstleraar en kent een tijdelijk karakter. A heeft een bewustverklaring getekend waarin hij erkent dat hij Nederland moet verlaten na beëindiging van deze werkzaamheden. Het feit dat A later een vergunning kreeg met een aantekening dat arbeid vrij is toegestaan, verandert niets aan het tijdelijke karakter van zijn verblijf.
De Raad van State oordeelt dat artikel 4.2.b van de Wet arbeid vreemdelingen geen verandering brengt in de verblijfsrechtelijke titel en dat de Staatssecretaris terecht het naturalisatieverzoek heeft afgewezen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van A ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van A wordt ongegrond verklaard en het naturalisatieverzoek afgewezen wegens tijdelijk verblijf.