ECLI:NL:RVS:2001:AD6132
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen niet-toekenning vergoeding vreemdelingenbewaring
Appellant was in vreemdelingenbewaring gesteld bij besluit van 29 augustus 2001. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en bepaalde de opheffing van de bewaring per 11 september 2001. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State tegen het niet toekennen van een vergoeding krachtens artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Raad van State overwoog dat artikel 84, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep toestaat tegen uitspraken over de toekenning van een vergoeding. Dit omvat ook het niet nemen van een beslissing op een daartoe niet ingediend verzoek. Het betoog dat het ontbreken van een vergoeding een schending van fundamentele rechtsbeginselen of van artikel 5, vijfde lid, EVRM oplevert, werd verworpen omdat artikel 106 Vw Pro 2000 een passende rechtsgang biedt.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en ging niet in op de inhoudelijke gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd op 25 oktober 2001 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het niet toekennen van een vergoeding.