ECLI:NL:RVS:2001:AD6649
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- C. de Gooijer
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bestuursdwang na vrijstelling aanlegvergunningplicht voor infrastructurele voorzieningen in Meerssen
Appellante verzocht om toepassing van bestuursdwang tegen de aanleg van infrastructurele voorzieningen ten behoeve van de doorsteek-Herkenberg en de doorsteek-Lange Raarberg-Humcoverstraat in Meerssen. De gemeenteraad had eerder vrijstelling verleend van de bepalingen van de geldende bestemmingsplannen die de aanleg belemmerden.
De rechtbank oordeelde dat na deze vrijstelling geen aanlegvergunning meer vereist was en dat burgemeester en wethouders daarom niet bevoegd waren bestuursdwang toe te passen. Appellante voerde aan dat dit onjuist was, maar de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De Raad stelde vast dat de vrijstelling ook betrekking had op het verbod uit de bestemmingsplannen om zonder aanlegvergunning werkzaamheden uit te voeren. Hierdoor was het besluit tot afwijzing van bestuursdwang terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 21 november 2001.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bestuursdwang bevestigd.