ECLI:NL:RVS:2001:AD6817
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bindendheid Vereveningsregeling 1995 en Wet maav
Appellant, de Onderlinge Waarborgmaatschappij MAAV U.A., legde de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Tandtechniek een aanslag op. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Utrecht die de aanslag vernietigde wegens strijdigheid met de Wet maav, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de Vereveningsregeling 1995 als geheel onverbindend heeft verklaard. De Afdeling interpreteert het begrip "jaarlijks geleden schaden" in artikel 3 van Pro de Wet maav breder, inclusief voorzieningen voor nog niet afgewikkelde en niet gemelde schade, waardoor de regeling niet strijdig is met de wet.
Voorts is de gekozen verdeelsleutel voor de bedrijfspensioenfondsen, gebaseerd op aantallen verzekerden, niet kennelijk onredelijk. De Afdeling concludeert dat de Wet maav en de regeling samen een sluitend en verbindend geheel vormen en verklaart het beroep ongegrond, waarbij de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 14 november 2001.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.