ECLI:NL:RVS:2001:AD7069
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- J.H.C.A. Muller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging deskundigheidseisen voor advocaten in asiel- en vluchtelingenrecht
Appellanten verzochten om toevoegingen voor rechtsbijstand door een advocaat die niet als zodanig was ingeschreven voor het asiel- en vluchtelingenrecht. De raad voor rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch wees deze verzoeken af omdat de advocaat niet voldeed aan de deskundigheidseisen die op grond van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) gesteld mogen worden.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond en bevestigde dat artikel 13.1.a Wrb de verlening van de gevraagde toevoegingen in de weg stond. Appellanten voerden aan dat er geen aparte deskundigheidseisen voor het asiel- en vluchtelingenrecht zouden moeten gelden, maar de Raad van State oordeelde dat de wetgever de raden voor rechtsbijstand een ruime keuzevrijheid heeft gegeven om dergelijke voorwaarden te stellen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de eerdere uitspraken en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak benadrukt het belang van deskundigheidseisen bij de verlening van rechtsbijstand in gespecialiseerde rechtsgebieden zoals het asiel- en vluchtelingenrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van toevoegingen voor een niet-ingeschreven advocaat wordt bevestigd.