ECLI:NL:RVS:2001:AD7400
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na procesbeslissing in aanmeldcentrum
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel door de staatssecretaris van Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de procesbeslissing aan het eind van de eerste fase in het aanmeldcentrum, waarbij wordt besloten of een aanvraag nader wordt gehoord, geen zelfstandig besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en daarom niet aan rechterlijke toetsing onderhevig is. Ook het oordeel van de staatssecretaris dat appellant sub 1 zijn aanvraag niet aannemelijk heeft gemaakt, wordt niet onrechtmatig geacht.
De klachten over de medische behandeling en het ontbreken van nader gehoor leiden niet tot een ander oordeel, omdat appellant sub 1 niet heeft kunnen aantonen dat hij daardoor in zijn belangen is geschaad. De Afdeling verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.