ECLI:NL:RVS:2001:AD7666
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding na dijkverhoging op grond van de Deltawet grote rivieren
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om een geschil over schadevergoeding na een dijkverhoging langs de IJssel, uitgevoerd onder de Deltawet grote rivieren (Dgr). Het Waterschap Groot Salland wees het verzoek van de bewoner om schadevergoeding af, waarop de rechtbank Zwolle het beroep van de bewoner gegrond verklaarde en een schadevergoeding toekende.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de dijkverhoging rechtmatig was en dat de bewoner schade had geleden die niet geheel voor zijn rekening behoort te blijven. De Afdeling overwoog dat de bewoner bij aankoop van zijn woning niet hoefde te verwachten dat een zodanig ingrijpende dijkverhoging van 1,20 meter zou plaatsvinden, mede gelet op het Meerjarenplan Dijkverbetering Overijssel en de ruimtelijke situatie.
Verder werd overwogen dat het voordeel van de dijkverhoging voor de bewoner, zoals grotere veiligheid, reeds was verrekend in de vaststelling van de schade. De rechtbank had op basis van deskundigenadvies bepaald dat 20% van de schade voor rekening van de bewoner bleef, hetgeen door de Raad van State werd bevestigd.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht zelf in de zaak had voorzien door het bedrag van de schadevergoeding vast te stellen en wees het hoger beroep van het waterschap af. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het waterschap wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.