ECLI:NL:RVS:2001:AD7667
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- E.M.H. Hirsch Ballin
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vaststelling vermogen voor rechtsbijstand
Appellante had beroep ingesteld tegen een besluit van de raad voor rechtsbijstand dat haar geen definitieve toevoegingen verleende vanwege haar vermogen. De rechtbank verklaarde het administratief beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de voormalige echtelijke woning niet tot het vermogen van appellante behoorde.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de woning niet tot het vermogen van appellante behoort, aangezien de ontbonden gemeenschap nog niet is gescheiden en gedeeld. Volgens artikel 1:100 BW Pro heeft appellante recht op de helft van de waarde van de woning, verminderd met de hypotheekschuld, en dient dit bij de vermogensvaststelling te worden betrokken.
Daarnaast heeft de rechtbank onvoldoende rekening gehouden met andere bezittingen en schulden zoals voorgeschreven in artikel 9 van Pro het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand. De Afdeling vernietigt daarom het oordeel van de rechtbank en gelast de raad voor rechtsbijstand een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
De raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante. Tevens wordt het onverschuldigd betaalde griffierecht teruggestort door de Secretaris van de Raad van State.
De uitspraak is gedaan in het openbaar op 26 september 2001 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de raad voor rechtsbijstand wordt gelast een nieuw besluit te nemen met correcte vermogensvaststelling.