ECLI:NL:RVS:2001:AD7951
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- H. Troostwijk
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag invalidenparkeerkaart passagier wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante diende een aanvraag in voor een invalidenparkeerkaart met de vermelding 'passagier', bedoeld voor personen die zich niet of nauwelijks te voet kunnen voortbewegen. Burgemeester en wethouders van Groningen wezen de aanvraag af op basis van een geneeskundig onderzoek door het Centraal Meldpunt Zorg (CMZ), dat concludeerde dat appellante niet voldeed aan de criteria zoals gesteld in artikel 1, derde lid, van de Regeling invalidenparkeerkaart.
Appellante stelde dat zij zich niet over grotere afstanden te voet kan voortbewegen, ook niet als deze afstanden korter zijn dan 100 meter, en dat de keuringsarts zijn advies niet op de noodzakelijke lichamelijke tests had gebaseerd. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden echter dat het geneeskundig onderzoek toereikend was. De keuringsarts had zijn advies getoetst aan informatie van de behandelend revalidatiearts, waaruit bleek dat appellante niet viel onder de categorie personen die zich niet of nauwelijks te voet kunnen voortbewegen.
De Afdeling benadrukte dat de zorgvuldigheid bij het geneeskundig onderzoek niet automatisch een verplichting inhoudt tot een lichamelijk onderzoek van de aanvrager. Eventuele problemen bij verplaatsing over grotere afstanden doen niet af aan de conclusie dat appellante niet voldoet aan de criteria voor een passagierskaart. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een invalidenparkeerkaart met vermelding passagier wordt bevestigd.