ECLI:NL:RVS:2001:AD8153
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- C.A. Terwee-van Hilten
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Handhaving motorcrossterrein en overgangsrecht bestemmingsplan Bosgebied A
Burgemeester en wethouders van Landerd en de Motor Sport Verenigingen Landerd stelden zich op het standpunt dat het gebruik van een perceel als motorcrossterrein onder het overgangsrecht viel en dus mocht worden voortgezet ondanks strijdigheid met het bestemmingsplan "Bosgebied A". Dit gebruik was aangevangen vóór 1 mei 1968, de datum van inwerkingtreding van artikel 352 van Pro de Bouwverordening, dat verboden gebruik na die datum reguleert.
De rechtbank oordeelde dat het perceel de geschiktheid had om als bosgebied te worden gebruikt zonder ingrijpende voorzieningen, waardoor het gebruik als motorcrossterrein niet onder het overgangsrecht viel en handhaving mogelijk was. De Raad van State bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het gebruik van het perceel als motorcrossterrein ingevolge artikel 352 verboden Pro was en dat burgemeester en wethouders bevoegd waren tot handhaving.
Hoewel er op het moment van de beslissing op bezwaar concreet zicht was op legalisering van het motorcrossterrein, achtte de Raad van State dit geen reden om af te zien van handhaving. De hoger beroepen werden gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Daarnaast werd het betaalde griffierecht aan appellante sub 2 terugbetaald.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het gebruik als motorcrossterrein niet onder het overgangsrecht valt en handhaving door burgemeester en wethouders gerechtvaardigd is.