Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2001:AD8364

Raad van State

Datum uitspraak
17 januari 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200106184/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.A. Offers
  • O. van Loon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. G 3 KieswetArt. G 1 KieswetArt. G 2 Kieswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen registratie aanduiding Nieuwe Nationale Partij

De vereniging Nieuwe Leeuwarder Partij stelde beroep in tegen het besluit van het centraal stembureau om de aanduiding 'Nieuwe Nationale Partij (N.N.P.)' te registreren voor de gemeenteraadsverkiezingen. Appellante betoogde dat deze aanduiding verwarring zou veroorzaken met haar reeds geregistreerde aanduiding 'Nieuwe Leeuwarder Partij'.

De Raad van State oordeelde dat de aanduiding 'Nieuwe Nationale Partij (N.N.P.)' voldoende verschilt door het gebruik van het woord 'Nationale' en de toevoeging '(N.N.P.)', zodat geen sprake is van een aanduiding die geheel of in hoofdzaak overeenstemt met de reeds geregistreerde aanduiding. Ook het argument dat de afkorting 'N.N.P.' verwarring zou veroorzaken met 'N.L.P.' faalde, omdat 'N.L.P.' geen deel uitmaakt van de geregistreerde aanduiding van appellante.

De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 17 januari 2002.

Uitkomst: Het beroep van de Nieuwe Leeuwarder Partij tegen de registratie van de aanduiding 'Nieuwe Nationale Partij (N.N.P.)' is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Raad
van State
200106184/1.
Datum uitspraak: 17 januari 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de vereniging "Nieuwe Leeuwarder Partij", gevestigd te Leeuwarden,
appellante,
en
het Centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Leeuwarden,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 12 december 2001, bekend gemaakt op dezelfde dag, heeft verweerder ingewilligd het verzoek van de vereniging "Nieuwe Nationale Partij" tot inschrijving van de aanduiding 'Nieuwe Nationale Partij (N.N.P.)' als aanduiding waarmee zij voor de gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld.
Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 17 december 2001, bij de Raad van State ingekomen op 18 december 2001, beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 20 december 2001 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 januari 2002, waar appellante, vertegenwoordigd door G. Jacobse, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door B.A. Bos, gemachtigde, zijn verschenen. Voorts is verschenen de vereniging "Nieuwe Nationale Partij" vertegenwoordigd door H. Sijbrandij, landelijk woordvoerder.
2 Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel G 3, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet kan een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid en waarvan de aanduiding niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, onderscheidenlijk provinciale staten, is geregistreerd, aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden.
Ingevolge artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet beschikt het centraal stembureau slechts afwijzend op het verzoek, indien:
a. de aanduiding strijdig is met de openbare orde;
b. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op de voet van dit artikel of de artikelen G 1, onderscheidenlijk G 2, geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ingediend, en daardoor verwarring te duchten is;
c. de aanduiding anderszins misleidend is voor de kiezers;
d. de aanduiding meer dan 35 letters of andere tekens bevat;
e. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met die van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;
f. het verzoek op dezelfde dag bij het centraal stembureau is ingekomen als een ander verzoek, strekkende tot inschrijving van een geheel of in hoofdzaak gelijkluidende aanduiding, tenzij dat andere verzoek reeds op een der onder a tot en met e genoemde gronden moet worden afgewezen.
2.2. Bij brief van 30 november 2001 heeft de vereniging "Nieuwe Nationale Partij" verzocht om registratie van de aanduiding 'Nieuwe Nationale Partij (N.N.P.)' als aanduiding waarmee zij voor de gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld. Bij besluit van 12 december 2001 heeft verweerder dit verzoek ingewilligd.
2.3. Appellante betoogt allereerst dat met de registratie van de aanduiding 'Nieuwe Nationale Partij (N.N.P.)' verwarring is te duchten met de voor haar reeds geregistreerde aanduiding 'Nieuwe Leeuwarder Partij'.
2.3.1. Dit betoog faalt. De aanduiding waarvan registratie is verzocht verschilt door het gebruik van het woord 'Nationale' en door de toevoeging '(N.N.P.)' dusdanig van dat van de reeds voor appellante geregistreerde aanduiding, dat niet kan worden staande gehouden dat sprake is van een aanduiding die geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds geregistreerde aanduiding en dat daardoor verwarring te duchten is.
2.4. Appellante heeft verder betoogd dat sprake is van een klankverwantschap tussen de afkorting "N.N.P.", die deel uitmaakt van de voor de Nieuwe Nationale Partij geregistreerde aanduiding en de afkorting "N.L.P.", waaronder appellante meer bekendheid geniet, zodat ook om die reden verwarring te duchten is. Dit betoog faalt echter reeds omdat de afkorting "N.L.P." geen deel uitmaakt van de voor appellante geregistreerde aanduiding.
2.5. Het beroep is ongegrond.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat.
w.g. Offers w.g. Van Loon
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2002
284-384.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,