ECLI:NL:RVS:2001:AD8688
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuwe feiten
De Staatssecretaris van Justitie wees op 3 augustus 2001 de aanvragen van twee vreemdelingen om terug te komen van de weigering van een verblijfsvergunning asiel af. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank, die op 22 augustus 2001 de besluiten vernietigde en de Staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De Staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State. Kern van het geschil was de toepassing van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Volgens de Staatssecretaris konden de overgelegde documenten bij de herhaalde aanvraag niet als nieuwe feiten of omstandigheden worden aangemerkt.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan het toetsingskader van artikel 4:6 Awb Pro. De ingediende documenten waren niet gedateerd en konden daardoor niet als nieuwe feiten worden beschouwd die bij de oorspronkelijke aanvraag hadden kunnen worden overgelegd. Hierdoor was het beroep van de vreemdelingen ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep van de Staatssecretaris gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd.