ECLI:NL:RVS:2001:AD8743
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- A. Kosto
- E.M.H. Hirsch Ballin
- Rechtspraak.nl
Weigering afwijking eedtekst bij installatie lid provinciale staten niet in strijd met EVRM
Appellant verzocht om bij zijn installatie als lid van provinciale staten van Noord-Holland af te wijken van de wettelijk voorgeschreven eedtekst in artikel 14 van Pro de Provinciewet, vanwege zijn persoonlijke geloofsovertuiging. Hij wilde de woorden "Zo waarlijk helpe mij God Almachtig" wijzigen in "Zo waarlijk helpe mij God". De voorzitter van provinciale staten weigerde dit verzoek en stond alleen toe dat appellant na de eed of belofte een aanvullende zin toevoegde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat artikel 14 Provinciewet Pro geen mogelijkheid biedt om van de voorgeschreven eedtekst af te wijken. De Wet van 17 juli 1911, die afwijkingen toestaat bij gerechtelijke procedures, is niet van toepassing op beëdiging van statenleden. De Afdeling liet open of persoonlijke geloofsovertuigingen een uitzondering vormen op de wet van 1911.
Subsidiair stelde appellant dat artikel 14 Provinciewet Pro in strijd is met artikel 9 EVRM Pro (vrijheid van godsdienst). De Afdeling stelde vast dat artikel 14 Provinciewet Pro de keuze biedt tussen de eed met religieuze inhoud of een verklaring en belofte zonder religieuze bevestiging, zonder verschil in rechtsgevolgen. Daarom is er geen strijd met artikel 9 EVRM Pro. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de voorzitter zelfstandig verantwoordelijk is voor de juiste toepassing van de wet.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Haarlem bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om afwijking van de voorgeschreven eedtekst wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.