ECLI:NL:RVS:2001:AD9769
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken categoriewijziging
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen de uitspraak van de rechtbank die de vreemdelingenbewaring van een vreemdeling heeft opgeheven. De vreemdeling was op 10 oktober 2001 in bewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond en hief de bewaring op.
De staatssecretaris stelde dat de rechtbank buiten haar bevoegdheid was getreden door te oordelen dat de bewaring vanaf 11 tot en met 16 oktober 2001 op een onjuiste grondslag berustte, omdat de vreemdeling dit niet als beroepsgrond had aangevoerd. De Raad van State oordeelde dat uit de stukken en het proces-verbaal bleek dat de vreemdeling wel degelijk had betoogd dat er geen wettelijke grondslag voor de bewaring bestond.
Verder voerde de staatssecretaris aan dat het ontbreken van een categoriewijziging slechts een schending van een vormvoorschrift was, die met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro had moeten worden gepasseerd omdat de vreemdeling daardoor niet benadeeld was. De Raad van State verwierp dit standpunt omdat de categoriewijziging de materiële inhoud van het besluit raakt en dus geen vormvoorschrift is.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens het ontbreken van een noodzakelijke categoriewijziging.