ECLI:NL:RVS:2001:AE1474
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beslissing over opvang tweede asielaanvraag op grond van Wet COA en Rva 1997
De zaak betreft een hoger beroep van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) tegen een uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, die het beroep van een vreemdeling tegen een besluit van het COA tot weigering van opvang gegrond had verklaard.
Het COA baseerde de weigering op artikel 4, tweede lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 (Rva 1997), dat bepaalt dat een tweede of volgende asielaanvraag geen recht op opvang geeft. Het COA ging daarbij af op een telefonische mededeling van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) dat de eerste asielaanvraag was afgewezen en de termijn voor rechtsmiddelen was verstreken.
De vreemdeling was met onbekende bestemming vertrokken zonder adres achter te laten, waardoor hij de kennisgeving van de afwijzing niet kon ontvangen. De rechtbank oordeelde dat het COA onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door niet zelf onderzoek te doen naar de bekendmaking van de beschikking.
De Raad van State oordeelt echter dat het COA terecht mocht afgaan op de mededeling van de IND, tenzij er gerede twijfel bestond, en dat het niet aan het COA was om te beoordelen of de beschikking op juiste wijze was bekendgemaakt. Het was aan de vreemdeling om bij terugkomst navraag te doen en eventueel rechtsmiddelen aan te wenden.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van het COA tot weigering van opvang wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van het COA tot weigering van opvang bevestigd.