ECLI:NL:RVS:2001:AE3419
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen dwangsom illegale bewoning bedrijfsloods
Verzoeker had een last onder dwangsom opgelegd gekregen om de illegale bewoning van een bedrijfsloods te staken. Na verbeuren van het maximale dwangsombedrag van ƒ 100.000,-- werd bezwaar en beroep ingesteld tegen deze last. Zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard.
Verzoeker verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om verdere verbeuring van dwangsommen te voorkomen. De Voorzitter oordeelde dat het beroep en hoger beroep geen schorsende werking hebben op de last en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom niet leidt tot het voorkomen van verdere dwangsommen.
Omdat het belang van verzoeker na betaling van de dwangsommen slechts financieel is en dit belang pas in de bodemprocedure kan worden beoordeeld, ontbrak de vereiste onverwijlde spoed voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Het verzoek om te voorkomen dat tot invordering van de dwangsommen wordt overgegaan voordat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan, valt buiten de bevoegdheid van de Voorzitter.
Daarom werd het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed en schorsende werking.