ECLI:NL:RVS:2001:AE3785
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J.R. Bakker
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verzoek toevoeging rechtsbijstand wegens onterechte intrekking
Appellant diende op 25 november 1998 een verzoek in om toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand. Het bureau weigerde dit verzoek nadat de toenmalige advocaat van appellant per brief van 11 februari 1999 had verklaard het verzoek in te trekken. De raad verklaarde het administratief beroep gegrond en liet het verzoek buiten behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de raadsman had afgezien van het verzoek.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de intrekking van het verzoek om toevoeging analoog aan het doen van het verzoek mede door de verzoeker moet zijn ondertekend. De brief van de advocaat was niet mede door appellant ondertekend en mocht niet worden opgevat als een geldige intrekking. Bovendien had het bureau appellant moeten horen alvorens te beslissen.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de raad en het bureau. Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard. Tevens wordt appellant het betaalde griffierecht terugbetaald. De zaak is behandeld door een enkelvoudige kamer en het verzoek om toepassing van artikel 8:15 Awb Pro is afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek om toevoeging wordt vernietigd.