ECLI:NL:RVS:2001:AE3875
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J.R. Bakker
- P.J.J. van Buuren
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake aanschrijving kozijnen in strijd met redelijke eisen van welstand
Appellante, Maatschappij voor Huizen Bezit en Beheer B.V., werd door het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oud Zuid aangesproken op grond van artikel 19 van Pro de Woningwet om kunststofkozijnen in de voorgevel van een woning in overeenstemming te brengen met redelijke eisen van welstand. Dit naar aanleiding van een oordeel dat de kozijnen ernstig in strijd waren met de architectonische eenheid van het bouwblok.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling oordeelt dat het dagelijks bestuur terecht handelde binnen de kaders van de Woningwet en de Welstandsrichtlijnen voor gevelwijzigingen, die het behoud van architectonische eenheid beogen.
Appellante voerde aan dat het opleggen van een dwangsom gelijktijdig met de aanschrijving niet was toegestaan en dat de kozijnen niet in strijd waren met de welstandseisen. Deze bezwaren werden verworpen. Ook het betoog dat de aanschrijving onvoldoende duidelijk was, faalde. De Raad van State concludeert dat het dagelijks bestuur de belangen zorgvuldig heeft afgewogen en de richtlijnen correct heeft toegepast.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.