ECLI:NL:RVS:2001:AE7136
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.L. Frenkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na ongeloofwaardig vluchtrelaas
Appellant heeft bij de Raad van State hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank die zijn beroep tegen de afwijzing van een verblijfsvergunning asiel ongegrond verklaarde.
De Raad van State overweegt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in april 2001 is gedeserteerd, mede omdat het leger volgens zijn eigen verklaring niet meer gemobiliseerd was na de beëindiging van de oorlog in juni 2000. Tevens acht de Raad het vluchtrelaas van appellant ongeloofwaardig, onder meer vanwege tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over zijn arrestatie en ontsnapping.
Verder oordeelt de Raad dat de president terecht heeft afgezien van het horen van een getuige over de doodstraf op desertie in Eritrea, en dat de behandeling van de asielaanvraag binnen 48 proces-uren volgens de juiste criteria heeft plaatsgevonden.
De grieven van appellant worden verworpen en het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard. De uitspraak van de president wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.