ECLI:NL:RVS:2001:AE8170
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunningvisserijbeleid met beperkingen in de Oosterschelde
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen de verleende publiekrechtelijke en privaatrechtelijke vergunningen voor sleepnetvisserij in de Oosterschelde, alsmede tegen mededelingen over visserijverboden. De minister verklaarde de bezwaren deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Appellanten stelden dat de vergunningen onredelijk waren vanwege het niet nagekomen toezeggen van een evaluatieonderzoek en dat het beleid niet meer gerechtvaardigd was.
De Raad van State oordeelde dat de privaatrechtelijke vergunning niet vatbaar is voor bezwaar en beroep en dat de mededeling over het verbod op sleepnetten geen besluit in de zin van de Awb vormt. Het beleid van de minister, dat beperkingen stelt aan de vergunningen vanwege de lage visstand en ter bescherming van natuurwaarden, is niet onredelijk. Appellanten konden niet aannemelijk maken dat de omstandigheden waren gewijzigd waardoor het beleid niet langer gerechtvaardigd zou zijn.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunningverlening met beperkingen wordt bevestigd.