ECLI:NL:RVS:2001:AF6048
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A.L. Frenkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van Dublin-overeenkomst
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel door de Staatssecretaris van Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 3, vierde lid, van de Overeenkomst van Dublin, waarbij Nederland niet verplicht is het asielverzoek te behandelen als een ander land verantwoordelijk is. Appellanten voerden aan dat er uitzonderlijke humanitaire omstandigheden waren die Nederland verplichten het verzoek toch te behandelen, zoals medische problemen van familieleden in het andere land.
De Raad van State oordeelde dat de Vreemdelingencirculaire 2000 slechts een invulling geeft aan het voorbehouden recht van artikel 3, vierde lid, en niet tot een verplichting leidt. Er was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de medische problemen een uitzondering rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.