ECLI:NL:RVS:2001:AF6159
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken grieven in verblijfsvergunning asielzaak
Appellant heeft tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel af te wijzen, beroep ingesteld bij de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage. Deze rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
Het beroepschrift van appellant voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 85, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat het geen grieven bevatte waarmee appellant zich kon verenigen tegen de uitspraak van de rechtbank. Hierdoor was niet voldaan aan de formele eisen voor het hoger beroep.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 21 mei 2001.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven in het beroepschrift.