ECLI:NL:RVS:2001:AF6178
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel in hoger beroep
Appellant heeft bij besluit van 12 mei 2001 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie is afgewezen. De rechtbank te ’s-Gravenhage heeft dit besluit bij vonnis van 27 juni 2001 bevestigd. Hiertegen stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De grief dat de rechtbank ten onrechte de medische verklaring niet wezenlijk anders heeft beoordeeld, wordt verworpen omdat de rechtbank terecht oordeelde dat de verklaringen niet geloofwaardig zijn en geen verband houden met de asielaanvraag.
De Afdeling verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 2 augustus 2001 in het openbaar.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.