ECLI:NL:RVS:2001:AF6179
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- E.D.A.M. Zegveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep Raad van State
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie op 3 april 2001 is afgewezen. Hiertegen stelde appellante beroep in bij de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, die op 20 april 2001 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed uitspraak zonder behandeling ter zitting, waarbij werd geoordeeld dat nader onderzoek niet nodig was en onmiddellijke uitspraak kon worden gedaan.
De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen rechtsvragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.