ECLI:NL:RVS:2001:AF6182

Raad van State

Datum uitspraak
23 mei 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200102536/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Troostwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:8 AwbArt. 6:24 AwbArt. 69 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn verblijfsvergunning asiel

Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie bij besluit van 26 april 2001 werd afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, die het beroep op 10 mei 2001 ongegrond verklaarde. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State, ingediend op 21 mei 2001.

De Raad van State overwoog dat de termijn voor het indienen van hoger beroep begon op 11 mei 2001 en eindigde op 17 mei 2001, conform de artikelen 6:8 en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 69 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het beroepschrift was niet binnen deze termijn ingediend, waarbij het onleesbare poststempel en het niet aangetekend verzenden voor risico van appellant kwamen.

Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 23 mei 2001 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Raad
van State
200102536/1.
Datum uitspraak: 23 mei 2001
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, van 10 mei 2001 in het geding tussen:
appellant,
en
de Staatssecretaris van Justitie.
1. Procesverloop
Bij besluit van 26 april 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.
Bij uitspraak van 10 mei 2001, verzonden op die dag, heeft de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zwolle, het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 16 mei 2001, bij de Raad van State binnengekomen op 21 mei 2001, hoger beroep ingesteld.
2. Overwegingen
2.1. De aangevallen uitspraak is verzonden op 10 mei 2001, zodat de termijn voor het indienen van een hoger beroepschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is begonnen op 11 mei 2001 en gelet op artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geëindigd op 17 mei 2001.
2.2. Appellant heeft het beroepschrift niet binnen de termijn ingediend. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het poststempel onleesbaar is, welke omstandigheid, nu appellant het beroepschrift niet aangetekend heeft verzonden, voor zijn risico dient te komen.
2.3. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Lid van de enkelvoudige kamer,
in tegenwoordigheid van mr. H.W. Groeneweg, ambtenaar van Staat.
w.g. Troostwijk w.g. Groeneweg
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2001
32-362.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift
de Secretaris van de Raad van State
voor deze,