ECLI:NL:RVS:2002:AD8969
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- J.A.M. van Angeren
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Pensioenfonds als bestuursorgaan bij toepassing Vrijstellingsregeling Wet BPF
In deze zaak ging het om de vraag of het bestuur van de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid als bestuursorgaan moet worden aangemerkt bij de toepassing van de Vrijstellingsregeling van de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds (Wet BPF). Appellant had een verzoek tot vrijstelling van verplichte deelneming in het pensioenfonds ingediend, dat door het pensioenfonds werd afgewezen. De rechtbank verklaarde zich vervolgens onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen deze beslissing.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het pensioenfonds, gezien zijn publiekrechtelijke taak en de wettelijke grondslag in de Wet BPF en de Wet BPF 2000, wel degelijk een persoon of college met enig openbaar gezag is in de zin van artikel 1:1, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat het pensioenfonds als bestuursorgaan moet worden aangemerkt bij de toepassing van de Vrijstellingsregeling.
De Afdeling stelde vast dat het verlenen van vrijstelling een overheidstaak is die door het pensioenfonds wordt uitgevoerd, mede omdat het pensioenfonds inhoudelijk gespecialiseerde kennis bezit. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor inhoudelijke beoordeling. Tevens werd bepaald dat het door appellant betaalde griffierecht aan hem wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het pensioenfonds wordt als bestuursorgaan aangemerkt en de eerdere onbevoegdverklaring van de rechtbank wordt vernietigd.