ECLI:NL:RVS:2002:AD8976

Raad van State

Datum uitspraak
10 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200103901/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
  • P. van Dijk
  • P. Lodder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbWoningwet art. 44
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering bouwvergunning tijdelijke woonunit en belanghebbendheid appellant

Het geschil betreft de weigering van burgemeester en wethouders van Enschede om een bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een tijdelijke woonunit aan een adres te B. De appellant heeft geen bouwvergunning aangevraagd, maar maakte bezwaar tegen het besluit en stelde beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo.

De rechtbank oordeelde dat appellant niet als belanghebbende kon worden aangemerkt omdat hij niet de aanvrager van de bouwvergunning was. Dit oordeel werd in hoger beroep door de Raad van State bevestigd. De Raad stelde vast dat bij een weigering van een bouwvergunning slechts het belang van de aanvrager rechtstreeks betrokken is, waardoor appellant geen rechtsbescherming kan ontlenen aan het bezwaar en beroep.

Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Almelo werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 januari 2002.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij de weigering van de bouwvergunning.

Uitspraak

Raad
van State 200103901/2.
Datum uitspraak: 10 januari 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
A, wonend te B,
appellant,
tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 27 juni 2001 in het geding tussen:
appellant,
en
burgemeester en wethouders van Enschede.
1. Procesverloop
Bij besluit van 4 april 2000 hebben burgemeester en wethouders geweigerd aan X en Y bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een tijdelijke woonunit aan de […...]weg 225 te B.
Bij besluit van 19 december 2000 hebben burgemeester en wethouders het het hiertegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 27 juni 2001, verzonden op die dag, heeft de arrondissementsrechtbank te Almelo (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [redactie: url('AB2668',http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/show_detail.asp?ui_id=26420)]
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 6 augustus 2001, bij de Raad van State ingekomen op 7 augustus 2001, hoger beroep ingesteld.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
2. Overwegingen
2.1. Bij een besluit om een bouwvergunning te weigeren is slechts het belang van de aanvrager rechtstreeks betrokken. Nu appellant de bouwvergunning niet heeft aangevraagd, kan hij derhalve niet worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het betoog van appellant leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank heeft derhalve terecht geoordeeld dat appellant niet als belanghebbende kan worden aangemerkt.
2.2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Dijk w.g. Lodder
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2002
17-412.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,