ECLI:NL:RVS:2002:AD8988
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- H. Bekker
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Mededeling raad voor kinderbescherming geen rechtsgevolg bij weigering verzoek ontheffing ouderlijk gezag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg (appellante) bezwaar gemaakt tegen een mededeling van de raad voor de kinderbescherming dat er onvoldoende gronden zijn om mevrouw X uit het ouderlijk gezag te ontheffen. De raad had aangegeven geen verzoek tot ontheffing bij de rechtbank te zullen indienen. De adjunct-directeur van de raad kwalificeerde deze mededeling niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard.
De president van de arrondissementsrechtbank had het bezwaar vernietigd wegens onvoldoende motivering en stelde dat de brief van de raad als een besluit moest worden aangemerkt, maar dat appellante geen belanghebbende was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit oordeel verworpen en geoordeeld dat de mededeling van de raad niet op rechtsgevolg is gericht en geen bevoegdheid, recht of verplichting doet ontstaan of beëindigt. De ontheffing kan immers alleen worden uitgesproken op verzoek van de raad of het openbaar ministerie.
De Afdeling bevestigt dat de mededeling geen besluit is en dat het bezwaar tegen deze mededeling niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Het hoger beroep van appellante wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Hiermee is de uitspraak van de president van de rechtbank, met verbeterde gronden, bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de mededeling van de raad wordt niet als besluit met rechtsgevolg aangemerkt.