ECLI:NL:RVS:2002:AD9047
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J. Hoekstra
- J.J.C. Voorhoeve
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen goedkeuring bestemmingsplan Westerschelde Oeververbinding
De zaak betreft een beroep van appellant tegen het besluit van gedeputeerde staten van Zeeland tot goedkeuring van een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan "Westerschelde Oeververbinding", gericht op de aanleg van een tolplein en verzorgingsplaats nabij Vlissingen-Oost.
Appellant stelde dat milieuaspecten, met name geluidhinder, onvoldoende waren onderzocht en dat schadelijke gevolgen voor zijn bedrijf niet waren meegenomen. Verweerders en de gemeenteraad stelden dat aanvullend milieuonderzoek niet nodig was, omdat de wijzigingen geen extra milieubelasting veroorzaken en dat nadelige gevolgen voor het agrarisch bedrijf beperkt zijn en via onteigening en planschade kunnen worden gecompenseerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestemmingsplan geen wezenlijke verandering betekent ten opzichte van het eerdere plan en dat de belangen van appellant voldoende zijn meegewogen. Het akoestisch onderzoek uit 1996 was actueel en reëel, en het plan voorziet in een verantwoorde landschappelijke inpassing.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan in stand gebleven. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan is ongegrond verklaard.