ECLI:NL:RVS:2002:AD9642
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Cleton
- G.A. Posthumus
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boorverbod in Omgevingsplan Flevoland wegens strijd met rijkswetgeving
Het geschil betreft het Omgevingsplan Flevoland, vastgesteld door provinciale staten, waarin onder meer een verbod is opgenomen op onderzoek naar en winning van olie en gas in buitendijkse gebieden. Appellanten sub 1 en 2 betogen dat dit verbod strijdig is met het stelsel van de Wet opsporing delfstoffen, de Mijnwet 1810/1903 en het Besluit milieu-effectrapportage 1994.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het boorverbod een afgewogen, finale beslissing betreft en een besluit is in de zin van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Algemene wet bestuursrecht. Echter, het verbod betreft dezelfde belangen die reeds aan de orde zijn in de rijksregelingen waar de Minister van Economische Zaken als bevoegd gezag optreedt. Hierdoor wordt de werking van die regelingen doorkruist, wat onaanvaardbaar is. Daarom wordt het boorverbod vernietigd.
De beroepen van appellanten sub 3 richten zich op diverse onderdelen van het Omgevingsplan, zoals de plaatsing van solitaire windmolens, aanwijzing van locaties voor windmolens, de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur, buitendijkse woningbouwlocaties en de luchthaven Lelystad. De Afdeling stelt vast dat deze onderdelen geen afgewogen, finale besluiten zijn en daarom niet-ontvankelijk zijn voor beroep. De Afdeling verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van deze beroepen.
Tot slot wordt het griffierecht aan appellanten sub 1 en 2 vergoed. De overige proceskostenveroordelingen worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het boorverbod in het Omgevingsplan Flevoland wordt vernietigd, overige beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard.