ECLI:NL:RVS:2002:AD9657
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.H. Donner
- Th.G. Drupsteen
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van de classificatie van B-prepol als afvalstof
Appellante Atoglas B.V. werd geconfronteerd met een last onder dwangsom opgelegd door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wegens vermeende overtreding van de Verordening 259/93/EEG betreffende de overbrenging van afvalstoffen. De minister kwalificeerde B-prepol als afvalstof omdat het een residu zou zijn dat niet geschikt is voor hergebruik zonder bijzondere milieumaatregelen.
Atoglas stelde dat B-prepol een kwalitatief goede grondstof is die bewust en economisch wordt ingezet in het productieproces van polymethylmethacrylaat-platen, zowel in eigen bedrijf als in Indonesië. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft dit standpunt bevestigd op basis van de criteria uit Europese jurisprudentie, waarbij werd vastgesteld dat B-prepol niet onder het begrip afvalstof valt omdat er geen sprake is van een handeling of voornemen om zich van de stof te ontdoen.
De Raad van State vernietigde het besluit van de minister en herroept het primaire besluit, waarbij tevens werd bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd bevestigd dat de Verordening niet van toepassing is op de overbrenging van B-prepol naar Indonesië.
Uitkomst: Het beroep van Atoglas B.V. wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister wordt vernietigd omdat B-prepol geen afvalstof is.