ECLI:NL:RVS:2002:AE0049
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vrijstelling en bouwvergunning voor agrarisch bedrijf in Hengelo
Appellant vroeg om vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van een bedrijfswoning met bedrijfsschuren op een perceel met de bestemming agrarisch gebied. Het college van burgemeester en wethouders van Hengelo verleende aanvankelijk de vergunning, maar trok deze later in na bezwaar van derden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Raad van State overweegt dat het bestemmingsplan agrarisch gebruik primair toestaat en dat het gemeentelijke beleid vereist dat sprake moet zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf, gedefinieerd als minimaal 5 hectare grond. Appellant beschikte op het moment van het besluit over voldoende grondoppervlak, inclusief grond elders, om aan dit criterium te voldoen.
De Raad stelt dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van appellant, die zijn bedrijf tweemaal moest verplaatsen vanwege algemeen belang. De belangen van de bezwaarden zijn minder zwaarwegend gezien de afstand tot hun woning en bedrijf. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en draagt het college op een nieuw besluit te nemen, waarbij appellant het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit van burgemeester en wethouders en draagt op een nieuw besluit te nemen.