ECLI:NL:RVS:2002:AE0360
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.M.S. Leyten-De Wijkerslooth
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning voor oprichting inrichting ruimen onderwaterzanddepot
De zaak betreft een beroep tegen een vergunning verleend aan een besloten vennootschap voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het ruimen van een onderwaterzanddepot. Appellanten stelden dat vanwege samenhang met andere activiteiten zoals de bouw van woningen en de vorming van een waterkering een milieu-effectrapportage (MER) had moeten worden opgesteld.
De Raad van State overwoog dat het bestreden besluit niet valt onder de categorieën van activiteiten waarvoor een MER verplicht is volgens het Besluit milieu-effectrapportage 1994. De activiteiten waar appellanten naar verwezen waren niet vergund in het bestreden besluit en behoorden niet tot het inrichtingenbegrip van de Wet milieubeheer. Tevens werd geoordeeld dat het besluit niet verplicht tot beoordeling van een MER.
Daarnaast voerden appellanten aan dat vanwege nabijgelegen chemisch afvaldepot een materiaalonderzoek noodzakelijk was. De Raad van State stelde vast dat het deskundigenbericht aannemelijk maakte dat het zand niet verontreinigd is door uitloging van het depot en dat verweerders redelijkerwijs geen materiaalonderzoek hoefden te verrichten.
De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor het ruimen van het onderwaterzanddepot wordt ongegrond verklaard.