ECLI:NL:RVS:2002:AE0386
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- C.A. Terwee-van Hilten
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van intrekking geldelijke steun na verkoop woning zonder toestemming
Appellant verkocht op 16 november 1998 zijn woning, terwijl hij de brief van 7 december 1998 van de dienst Stedebouw en Volkshuisvesting, waarin toestemming onder voorwaarden werd verleend, nog niet had ontvangen. Hierdoor kon appellant geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan deze toestemming. Het dagelijks bestuur van de Stadsregio Rotterdam had de geldelijke steun op grond van de Verordening Woninggebonden Subsidies 1994 ingetrokken en dit besluit gehandhaafd na bezwaar.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dezelfde argumenten aan de orde, die door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werden verworpen. De Afdeling overnam de overwegingen van de rechtbank en oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat de verkoop van de woning vóór de ontvangst van de toestemming plaatsvond.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 20 maart 2002.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de subsidie wordt bevestigd.