ECLI:NL:RVS:2002:AE0457
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing opvang asielzoeker wegens ontbreken zeer schrijnende medische omstandigheden
Appellante verzocht het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om opvang op grond van medische omstandigheden. Het COA wees dit verzoek af op basis van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 (Rva 1997). De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het COA niet gehouden was opvang te verlenen, omdat een deugdelijk toetsingskader voor het begrip 'zeer schrijnende omstandigheden' ontbrak. De Raad van State overwoog dat de Vreemdelingencirculaire 2000 duidelijk aangeeft wanneer medische omstandigheden als zeer schrijnend worden beschouwd, namelijk alleen wanneer direct medisch noodzakelijke noodhulp vereist is.
Het COA hoefde niet aan te nemen dat appellante aan deze criteria voldeed. Verder oordeelde de Raad dat de overige aangevoerde grieven geen rechtsvragen bevatten die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het hoger beroep werd dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.