ECLI:NL:RVS:2002:AE0662
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning wegens behoud huurwoningenvoorraad
Panoco B.V. verzocht om een splitsingsvergunning voor panden in Rotterdam, welke door het dagelijks bestuur van de deelgemeente Delfshaven werd geweigerd op grond van de Huisvestingsverordening Rotterdam 1996. De vergunning werd geweigerd vanwege het belang van het behoud van de huurwoningenvoorraad.
De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat de motivering van het besluit onvoldoende inzicht gaf in de belangenafweging tussen het behoud van de huurwoningenvoorraad en het belang van de aanvrager. De rechtbank stelde dat sprake was van een buitenwettelijke weigeringsgrond, maar de Afdeling corrigeerde dit en benadrukte dat de belangenafweging zelf onvoldoende was gemotiveerd.
Verder werd besproken dat de beleidsregels van de gemeente Rotterdam een kwantitatieve eis van minimaal 24 woningen in een Vereniging van Eigenaren stellen om een splitsingsvergunning te kunnen verlenen, maar de Afdeling vond deze eis onvoldoende onderbouwd en niet noodzakelijk voor het beoogde doel.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het besluit niet in stand kan blijven vanwege de gebrekkige motivering en bepaalde dat appellant opnieuw op het bezwaar moet beslissen met een juiste en inzichtelijke belangenafweging. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten ten gunste van Panoco B.V.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de splitsingsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe belangenafweging.