ECLI:NL:RVS:2002:AE0663
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning en belangenafweging behoud huurwoningen
De zaak betreft het hoger beroep van het dagelijks bestuur van de deelgemeente Delfshaven tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die de weigering van een splitsingsvergunning aan Die Haghe Vastgoedfonds B.V. vernietigde. De vergunning betrof het splitsen van een pand in Rotterdam in vier appartementsrechten.
De Raad van State overweegt dat de gemeente onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de belangenafweging tussen het behoud van de huurwoningvoorraad en het belang van de vergunningaanvrager is gemaakt. De rechtbank had geoordeeld dat een bepaalde beleidsvoorwaarde (voorwaarde 6) een onwettige weigeringsgrond vormde, maar de Afdeling stelt dat deze voorwaarde geen zelfstandige weigeringgrond is maar een mogelijkheid om onder voorwaarden toch vergunning te verlenen.
De Raad benadrukt dat de gemeente bij de nieuwe beslissing op bezwaar de belangenafweging helder en concreet moet motiveren, rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden. Ook wordt geoordeeld dat de kwantitatieve eis van minimaal 24 woningen voor een Vereniging van Eigenaren onvoldoende onderbouwd is als criterium voor vergunningverlening.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank met verbeterde motivering. De gemeente moet binnen tien weken opnieuw beslissen op het bezwaar en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met de verplichting voor appellant om opnieuw te beslissen met een deugdelijke belangenafweging.