ECLI:NL:RVS:2002:AE0669
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning en belangenafweging behoud woonruimtevoorraad
Het geschil betreft de weigering van een splitsingsvergunning door het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord van Rotterdam aan Fa. Exploitatie Onroerend Goed Kolpa voor het splitsen van een pand in twee appartementsrechten.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het besluit tot weigering niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het besluit. De Raad van State bevestigt dit oordeel, maar wijst erop dat de rechtbank ten onrechte niet heeft getoetst of de belangenafweging tussen het behoud van de woonruimtevoorraad en het belang van de aanvrager op juiste wijze was gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de gemeente onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke gronden de weigering is gebaseerd en welk gewicht aan de verschillende belangen is toegekend. Ook de beleidsregels omtrent de omvang en het beheer van de Vereniging van Eigenaren (VvE) worden kritisch beoordeeld, waarbij de eis van minimaal 24 woningen als onvoldoende onderbouwd wordt gezien.
De uitspraak bevestigt het eerdere oordeel van de rechtbank en legt de gemeente op binnen tien weken opnieuw te beslissen met een deugdelijke en inzichtelijke belangenafweging. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot betaling van proceskosten aan Kolpa.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en legt de gemeente op opnieuw te beslissen met een deugdelijke belangenafweging.