ECLI:NL:RVS:2002:AE0672
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning en belangenafweging behoud huurwoningen
De zaak betreft het hoger beroep tegen de weigering van een splitsingsvergunning door het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek. De vergunningaanvraag betrof het splitsen van een pand in drie appartementsrechten. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de weigering onvoldoende gemotiveerd was en vernietigde het besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak, maar corrigeert de rechtbank in haar beoordeling van de toepasselijkheid van beleidsregels.
De Afdeling stelt dat de zogenaamde voorwaarde 6 van de Beleidsregels geen zelfstandige weigeringsgrond vormt, maar een mogelijkheid biedt om onder bepaalde voorwaarden toch vergunning te verlenen. De rechtbank had ten onrechte alleen op deze voorwaarde gefocust en niet op de door appellant gemaakte belangenafweging tussen het behoud van de huurwoningvoorraad en het belang van de vergunningaanvrager.
De Afdeling oordeelt dat deze belangenafweging onvoldoende inzichtelijk is gemaakt. De gemeente moet duidelijk maken welke belangen zijn meegewogen en welk gewicht daaraan is toegekend. De eis van een Vereniging van Eigenaren (VvE) van minimaal 24 woningen als voorwaarde voor vergunningverlening wordt als onvoldoende onderbouwd beschouwd.
De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het besluit niet deugdelijk gemotiveerd is en beveelt appellant aan om binnen tien weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met een zorgvuldige en inzichtelijke belangenafweging. Tevens veroordeelt zij appellant tot betaling van proceskosten aan de aanvrager.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de splitsingsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing met een zorgvuldige belangenafweging.