ECLI:NL:RVS:2002:AE0675
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning en belangenafweging behoud huurwoningen
Weerstede B.V. verzocht om een splitsingsvergunning voor een pand in Rotterdam, welke door het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord werd geweigerd op grond van de Huisvestingsverordening Rotterdam 1996. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat de weigering onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat de belangenafweging tussen het behoud van de huurwoningvoorraad en het belang van de aanvrager niet inzichtelijk was gemaakt.
De Raad van State benadrukte dat de beleidsregels van de gemeente Rotterdam, waaronder een eis dat een Vereniging van Eigenaren minimaal 24 woningen moet omvatten, onvoldoende onderbouwd zijn om onderscheid te maken tussen gevallen waarin een splitsingsvergunning kan worden verleend. De Afdeling stelde dat deze kwantitatieve eis niet noodzakelijk is voor het beoogde doel van goed beheer en onderhoud.
De zaak werd terugverwezen naar appellant om opnieuw te beslissen op het bezwaar met een deugdelijke en inzichtelijke belangenafweging, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden in acht moeten worden genomen. Tevens werd appellant veroordeeld tot betaling van proceskosten aan Weerstede B.V.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit tot weigering van de splitsingsvergunning en gelast een nieuwe, deugdelijke belangenafweging.