ECLI:NL:RVS:2002:AE0679
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning wegens behoud huurwoningenvoorraad
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord van Rotterdam weigerde een splitsingsvergunning voor een pand, gebaseerd op het behoud van de huurwoningenvoorraad volgens de Huisvestingsverordening Rotterdam 1996. De aanvrager stelde beroep in tegen deze weigering. De rechtbank vernietigde eerder de weigering wegens onvoldoende motivering, een uitspraak die door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd bevestigd.
De Afdeling oordeelde dat de gemeente onvoldoende inzichtelijk had gemaakt hoe de belangenafweging tussen het behoud van de huurwoningenvoorraad en het belang van de vergunningaanvrager was gemaakt. De gemeente stelde dat het belang van het behoud zwaarder weegt, maar gaf geen concrete motivering waarom dit in dit specifieke geval zo was.
Verder werd geoordeeld dat de beleidsregel die een minimale omvang van 24 woningen voor de Vereniging van Eigenaren als voorwaarde stelt, onvoldoende onderbouwd is. De Afdeling vond dat deze kwantitatieve eis niet noodzakelijk is om het beoogde doel te bereiken.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het besluit niet deugdelijk gemotiveerd is en dat de gemeente opnieuw een belangenafweging moet maken en deze inzichtelijk moet motiveren. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd, en de gemeente werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de aanvrager.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de weigering van de splitsingsvergunning onvoldoende is gemotiveerd en vernietigt het besluit, met terugverwijzing voor een nieuwe belangenafweging.