ECLI:NL:RVS:2002:AE0682
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning wegens behoud huurwoningvoorraad
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord van Rotterdam weigerde een splitsingsvergunning voor twaalf appartementsrechten in een pand. De vergunningaanvrager, Die Haghe Vastgoedfonds B.V., stelde bezwaar en beroep in tegen deze weigering. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat de weigering niet deugdelijk was gemotiveerd, met name omdat de belangenafweging tussen het behoud van de huurwoningvoorraad en het belang van de vergunningaanvrager onvoldoende inzichtelijk was.
De Raad van State benadrukte dat de beleidsregels die een minimale omvang van 24 woningen voor een Vereniging van Eigenaren voorschrijven, geen zelfstandige weigeringsgrond vormen en dat de gemeente Rotterdam bij de heroverweging van het bezwaar alle relevante feiten en omstandigheden moet betrekken. De Afdeling vond de kwantitatieve eis van 24 woningen onvoldoende onderbouwd en stelde dat ook bij kleinere VvE's het beheer en onderhoud op andere wijze gewaarborgd kunnen worden.
De zaak werd terugverwezen naar het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord om binnen tien weken opnieuw op het bezwaar te beslissen met een deugdelijke en inzichtelijke belangenafweging. Tevens werd het bestuur veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de vergunningaanvrager.
Uitkomst: De weigering van de splitsingsvergunning wordt bevestigd vanwege onvoldoende motivering en belangenafweging, met terugverwijzing voor hernieuwde besluitvorming.