ECLI:NL:RVS:2002:AE0683
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning wegens behoud huurwoningvoorraad
Het geschil betreft de weigering van een splitsingsvergunning door het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord te Rotterdam aan Quoros Fund B.V. De vergunningaanvraag betrof het splitsen van panden in negen appartementsrechten. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hebben eerder geoordeeld dat het besluit tot weigering niet deugdelijk was gemotiveerd.
De Raad van State stelt dat de belangenafweging, zoals voorgeschreven in artikel 3.2.5, derde lid, van de Huisvestingsverordening Rotterdam 1996, onvoldoende inzichtelijk is gemaakt. Het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad is niet duidelijk afgewogen tegen het belang van de vergunningaanvrager. De gemeente Rotterdam moet bij hernieuwde beslissing deze belangenafweging zorgvuldig en transparant uitvoeren.
Verder oordeelt de Afdeling dat de beleidsregel die een minimum van 24 woningen voor een Vereniging van Eigenaren voorschrijft, onvoldoende onderbouwd is en niet als zelfstandige weigeringsgrond kan dienen. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing binnen tien weken, waarbij de motivering moet voldoen aan de eisen van artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de splitsingsvergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering en onduidelijke belangenafweging.