ECLI:NL:RVS:2002:AE0684
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning in relatie tot behoud huurwoningenvoorraad
Akko B.V. verzocht om een splitsingsvergunning voor een pand in Rotterdam, welke door het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord werd geweigerd op grond van de Huisvestingsverordening Rotterdam 1996. Deze weigeringsgrond berustte onder meer op het belang van het behoud van de huurwoningenvoorraad. Na eerdere procedures oordeelde de rechtbank dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde het besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak, maar wijst erop dat de rechtbank ten onrechte niet heeft getoetst of de belangenafweging door appellant juist was verricht.
De Afdeling benadrukt dat de gemeente bij de heroverweging de belangen van de vergunningaanvrager en het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad duidelijk en inzichtelijk moet afwegen, met inachtneming van alle relevante feiten en omstandigheden. Tevens wordt opgemerkt dat de beleidsregel die een minimum van 24 woningen voor een VvE stelt als voorwaarde voor vergunningverlening onvoldoende onderbouwd is en niet als zelfstandige weigeringsgrond kan gelden.
De Afdeling beveelt aan dat appellant binnen tien weken na verzending van deze uitspraak opnieuw op het bezwaar beslist, met een deugdelijke en transparante motivering. Daarnaast wordt appellant veroordeeld tot betaling van proceskosten aan Akko B.V.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en beveelt heroverweging met een deugdelijke belangenafweging binnen tien weken.