ECLI:NL:RVS:2002:AE0685
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning en belangenafweging behoud woonruimtevoorraad
Panoco B.V. verzocht om een splitsingsvergunning voor het splitsen van panden in appartementsrechten, welke door het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord te Rotterdam werd geweigerd op grond van de Huisvestingsverordening Rotterdam 1996. De rechtbank vernietigde eerder de weigering wegens onvoldoende motivering, een uitspraak die door de Afdeling bestuursrechtspraak werd bevestigd.
De kern van het geschil betreft de belangenafweging tussen het behoud van de huurwoningenvoorraad en het individuele belang van de vergunningaanvrager. De Afdeling oordeelt dat deze afweging door appellant onvoldoende inzichtelijk is gemaakt, waardoor niet kan worden vastgesteld welke belangen doorslaggevend waren.
Daarnaast is de toepassing van beleidsregels omtrent de omvang en het beheer van de Vereniging van Eigenaren (VvE) kritisch beoordeeld. De eis van een minimale VvE-grootte van 24 woningen wordt als onvoldoende onderbouwd beschouwd om onderscheid te maken tussen gevallen waarin vergunning kan worden verleend of geweigerd.
De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en acht het noodzakelijk dat appellant binnen tien weken na verzending van deze uitspraak opnieuw op het bezwaar beslist, met een transparante en toegespitste belangenafweging.
Tot slot veroordeelt de Afdeling appellant in de proceskosten ten gunste van Panoco B.V.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de splitsingsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onduidelijke belangenafweging.