ECLI:NL:RVS:2002:AE0686
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning wegens behoud huurwoningenvoorraad
De zaak betreft het hoger beroep van het dagelijks bestuur van de deelgemeente Noord van Rotterdam tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit tot weigering van een splitsingsvergunning vernietigde. De vergunningaanvraag betrof het splitsen van een pand in vier appartementsrechten.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte uitsluitend heeft gekeken naar een vermeende buitenwettelijke weigeringsgrond in de beleidsregels, terwijl de belangenafweging die de gemeente had moeten maken onvoldoende inzichtelijk was. De gemeente heeft niet duidelijk gemaakt hoe zij het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad heeft afgewogen tegen het belang van de aanvrager.
Verder wordt geoordeeld dat de beleidsregel die een minimumomvang van 24 woningen voor de Vereniging van Eigenaren stelt, onvoldoende onderbouwd is. De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en beveelt dat de gemeente binnen tien weken opnieuw op het bezwaar beslist met een deugdelijke motivering.
Tot slot veroordeelt de Raad de gemeente tot betaling van proceskosten aan de aanvrager. De uitspraak benadrukt het belang van een transparante en zorgvuldige belangenafweging bij vergunningverlening onder de Huisvestingsverordening.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de splitsingsvergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering en de gemeente moet opnieuw beslissen.