ECLI:NL:RVS:2002:AE0689
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering splitsingsvergunning wegens behoud huurwoningvoorraad
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek weigerde een splitsingsvergunning voor het splitsen van panden in vier appartementsrechten, met als grond het belang van het behoud van de huurwoningvoorraad. De rechtbank vernietigde deze weigering wegens onvoldoende motivering en toepassing van een buitenwettelijke weigeringsgrond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank onterecht de zogenaamde voorwaarde 6 van de Beleidsregels als zelfstandige weigeringsgrond beschouwde.
De Afdeling stelde vast dat de belangenafweging die aan de weigering ten grondslag ligt, onvoldoende inzichtelijk was gemaakt. De gemeente had niet duidelijk gemaakt hoe het individuele belang van de aanvrager tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad was afgewogen. De Afdeling benadrukte dat deze belangenafweging opnieuw en deugdelijk moet worden gemotiveerd, met inachtneming van alle relevante feiten en omstandigheden.
Verder werd het beleid van de gemeente Rotterdam, waaronder de eis van een Vereniging van Eigenaren met minimaal 24 woningen, kritisch beoordeeld. De Afdeling vond deze kwantitatieve eis onvoldoende onderbouwd en niet noodzakelijk voor het beoogde doel van kwaliteitswaarborging na splitsing.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, maar met verbeterde motiveringsgrondslagen. Het dagelijks bestuur werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de verzoekers. De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe, deugdelijke beslissing op bezwaar binnen tien weken.
Uitkomst: De weigering van de splitsingsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe belangenafweging.