ECLI:NL:RVS:2002:AE0701
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.R. Schaafsma
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning vanwege één inrichting voor aardappelverwerkend bedrijf en warmtekrachtcentrale
Appellanten stelden dat het aardappelverwerkende bedrijf en de naastgelegen warmtekrachtcentrale als één inrichting moeten worden beschouwd op grond van artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft dit betoog onderzocht en vastgesteld dat er sprake is van onderlinge technische, organisatorische en functionele bindingen tussen beide installaties, ondanks dat zij ruimtelijk gescheiden zijn door een weg en juridisch door verschillende rechtspersonen worden geëxploiteerd.
De warmtekrachtcentrale levert stoom en stroom aan het aardappelverwerkende bedrijf, waarbij ook administratieve en organisatorische voorzieningen gedeeld worden. De feitelijke situatie wijkt niet af van de situatie waarvoor in 1996 een vergunning is verleend voor het gecombineerde bedrijf inclusief de centrale. De Afdeling concludeert dat deze activiteiten deel uitmaken van één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer.
Daarom is de vergunning die slechts voor het aardappelverwerkende bedrijf is verleend onrechtmatig. De Afdeling verklaart de beroepen gegrond en vernietigt het besluit van burgemeester en wethouders van Steenderen. Tevens worden de proceskosten aan appellanten toegekend en vergoedt de gemeente Steenderen het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening is vernietigd omdat het aardappelverwerkende bedrijf en de warmtekrachtcentrale samen één inrichting vormen.